Je kind vraagt om zakgeld en jij hebt geen idee wat een redelijk bedrag is. Herkenbaar: de meeste ouders gokken maar wat, vragen het aan de buren of houden zich vast aan wat zij vroeger kregen. Terwijl er gewoon een landelijke richtlijn bestaat, opgesteld door het Nibud, die per leeftijd aangeeft wat gangbaar is. Tijd om die eens naast je eigen gewoontes te leggen.
Waarom een vast bedrag beter werkt dan incidenteel geven
Veel ouders geven geld op het moment dat hun kind erom vraagt. Een euro hier, twee euro daar, voor een ijsje of een tijdschrift. Dat voelt makkelijk, maar je kind leert er niets van. Een vast zakgeldbedrag, elke week of elke maand op dezelfde dag, dwingt tot keuzes maken. Op is op tot de volgende ronde. Precies dat leermoment mis je als je steeds bijspringt.
Consequent zijn is lastiger dan het klinkt. Vergeet je een keer, betaal dan alsnog na. Je kind moet erop kunnen rekenen, anders werkt het systeem niet. Meer over hoe je kinderen leert omgaan met geld vind je in een eerder artikel op deze site.
Zakgeld op de basisschool, per week
Voor kinderen op de basisschool geeft het Nibud de bedragen per week, omdat jongere kinderen nog niet vooruit kunnen plannen over een hele maand. Richtlijn voor 2026:
- 6 tot 7 jaar: 50 cent tot 1 euro per week
- 8 tot 9 jaar: 1 tot 2,50 euro per week
- 10 jaar: rond de 2,30 tot 2,80 euro per week
- 11 jaar: rond de 2,30 tot 3,50 euro per week
Dit zijn geen harde grenzen. Woon je in een gezin met een krapper budget, dan is de onderkant van de bandbreedte prima. Belangrijker dan het exacte bedrag is dat je kind weet waarvoor het zakgeld bedoeld is: snoep, een klein speelgoedje, iets sparen. Niet voor schoolspullen of kleding, dat blijft jouw verantwoordelijkheid.
Zakgeld op de middelbare school, per maand
Zodra kinderen naar de middelbare school gaan, stappen de meeste ouders over op een maandbedrag. Dat is een bewuste stap: op deze leeftijd kunnen ze leren om een groter bedrag over meerdere weken te verdelen, wat later bij een eigen bankrekening of studiebudget van pas komt.
- 12 jaar: ongeveer 20 tot 22 euro per maand
- 13 tot 15 jaar: geleidelijk oplopend naar 30 tot 35 euro per maand
- 16 tot 17 jaar: 40 tot 45 euro per maand
- 18 jaar: rond de 50 euro per maand, vaak het laatste jaar voordat kostgeld erbij komt
Sommige gezinnen combineren dit met kleedgeld: een apart bedrag specifiek voor kleding, waarmee je kind zelf leert begroten voor een nieuwe jas of schoenen. Dat scheelt discussies aan de kassa en leert direct wat kleding werkelijk kost.
Extra verdienen mag, maar niet voor alles
Een basisbedrag dat altijd binnenkomt, gecombineerd met de mogelijkheid om bij te verdienen met klusjes, werkt vaak beter dan een vast bedrag zonder extra's. Denk aan de auto wassen, het gras maaien of oppassen op een jonger broertje of zusje. Koppel dat niet aan dagelijkse taken zoals de tafel dekken of je eigen kamer opruimen. Die horen gewoon bij het huishouden, daar staat geen beloning tegenover.
Het Nibud raadt aan om per gezin duidelijke afspraken te maken over wat er wel en niet uit het zakgeld betaald wordt, in plaats van je blind te staren op het exacte bedrag. Een kind van 9 dat weet waar het geld voor is, leert meer dan een kind van 12 dat zomaar wat krijgt zonder kader.
Wat als je kind altijd binnen een dag door zijn zakgeld heen is
Dit overkomt bijna elk gezin wel een keer. De verleiding is groot om dan toch bij te springen, zeker als een vriendje mee naar de speeltuin wil en er geen euro over is voor een ijsje. Doe het niet, of in elk geval niet standaard. Laat je kind voelen dat op is op. De volgende week (of maand) is er weer nieuw budget, en de teleurstelling van deze keer is precies de les die moet blijven hangen.
Wil je het iets structureler aanpakken, koppel zakgeld dan aan een simpel potjessysteem: een deel voor uitgeven, een deel voor sparen, een deel voor een groter doel zoals een spelcomputer. Dat sluit ook aan bij wat we eerder schreven over de financiële regelingen voor gezinnen in 2026, waar besparen en budgetteren ook centraal staan.
Zo bepaal je wat bij jouw gezin past
De Nibud-bedragen zijn een startpunt, geen wet. Kijk naar wat andere ouders in de klas van je kind doen, zodat het bedrag niet te veel afwijkt van de omgeving. Te weinig zakgeld voelt oneerlijk aan tussen vriendjes, te veel zakgeld ontneemt juist de noodzaak om keuzes te maken. Stel het bedrag na een half jaar gewoon bij als het niet blijkt te werken. Het gaat niet om het perfecte getal, maar om een kind dat leert plannen, sparen en soms ook nee zeggen tegen zichzelf.